SARO ontving op 16 juli 2025 adviesvragen van minister Jo Brouns over:
het voorontwerp van BVR tot wijziging van het BVR van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de VCRO;
het voorontwerp van BVR tot wijziging van het BVR van 16 juli 2010 tot bepaling van de stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en van het BVR van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en tot wijziging van het BVR van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
het voorontwerp van BVR tot vaststelling van de limitatieve lijst van mogelijke vergunningsplichtige handelingen op gemeentelijk niveau, vermeld in artikel 4.5.2. van de VCRO.
De voorgestelde wijzigingen van het wijzigingsbesluit meldingen en het wijzigingsbesluit vrijstellingen, alsook het ontwerpbesluit vaststelling limitatieve lijst dienen te worden gelezen in onderlinge samenhang. SARO opteert daarom om de adviesvragen over de drie ontwerpbesluiten te behandelen in één advies.
SARO formuleert volgende strategische bemerkingen ten aanzien van de voorliggende ontwerpbesluiten:
De raad vindt het positief dat met de ontwerpbesluiten concreet uitvoering wordt gegeven aan de aangekondigde herijking van het systeem van vrijstellingen, meldingsplichten en vergunningsplichten, met als doel meer uniformiteit en duidelijkheid in de regelgeving te creëren. De raad kan de uitgangspunten van deze herijking onderschrijven, maar vraagt om deze consequent toe te willen passen.
De raad waardeert dat bewust wordt ingezet op het faciliteren van ‘positieve ingrepen’ met een beperkte ruimtelijke impact, zowel bij woningen als bij andere gebouwen. De raad formuleert een aantal bedenkingen bij specifieke vrijstellingen. De raad stelt vast dat bepaalde vrijgestelde handelingen een potentieel grote ruimtelijke impact kunnen hebben. Bovendien lijken een aantal van deze vrijstellingen niet / onvoldoende afgestemd op de strategische doelstellingen van het Vlaams omgevingsbeleid.
De raad erkent dat met de limitatieve lijst is gezocht naar een regeling die duidelijkheid en uniformiteit combineert met lokale autonomie en maatwerk. SARO heeft een aantal vragen bij de overgangsmaatregelen van deze nieuwe regelgeving. Daarnaast formuleert de raad een aantal bedenkingen ten aanzien van de voorgestelde regeling binnen werelderfgoedcontext.
Tot slot formuleert de raad enkele artikelsgewijze bemerkingen ter verduidelijking of optimalisatie van de voorgestelde bepalingen.
Boerenbond en Voka nemen in het advies standpunten in.