advies scopingnota RUP Ring Brussel

SARO ontving op 22 mei 2021 een adviesvraag van het departement Omgeving over de scopingnota 2 van het gewestelijk RUP ‘Ruimtelijke herinrichting van de Ring rond Brussel (R0) deel Noord’. Het advies wordt verwacht tegen uiterlijk 23 juli 2021. Met voorliggend advies, goedgekeurd door de raad op 7 juli 2021, komt SARO tegemoet aan de vooropgestelde adviestermijn. De scopingnota 2 werd door het departement Omgeving voor de raadsleden toegelicht op de SARO werkgroep van 2 juni 2021.

De raad stelt in het algemeen vast dat de voorliggende scopingnota 2 ten opzichte van de startnota getuigt van een meer geïntegreerde visie op infrastructuur, duurzame mobiliteit en ruimtelijke inpasbaarheid, en dat het geïntegreerd planproces op een gedegen manier verloopt.

De raad legt in voorliggend advies de nadruk op volgende strategische aandachtspunten:

  • Plandoelstellingen. Met de scopingnota 2 worden de doelstellingen van het geplande gewestelijk RUP duidelijk gekaderd binnen de ruimere programma’s ‘Werken aan Ring’ en ‘Werken aan de regio’. Het is tevens positief dat de plandoelstellingen verder worden gekaderd binnen het ruimtelijk beleid, dat als overkoepelende doelstelling in het planproces wordt meegenomen, zonder echter de focus te verliezen om een veiligere ring te realiseren met een betere doorstroming door lokaal en doorgaand verkeer te scheiden. Ten slotte oordeelt de raad het positief dat de plandoelstellingen inzake duurzame mobiliteit niet beperkt blijven tot het veiliger en multimodaal maken van bestaande oversteken en onderdoorgangen, maar dat er ook wordt ingezet op de creatie van bijkomende verbindingen en/of doorstromingsmaatregelen voor zachte weggebruikers en openbaar vervoer. 
  • Plangebied. De raad merkt op dat het project- en plangebied en de beoogde bestemmings-wijzigingen verder gespecifieerd zullen worden naarmate het proces vordert. SARO dringt aan op verdere verduidelijking inzake de bestemmingswijzigingen die in de scopingnota 2 worden aangekondigd in functie van de versterking van de open ruimtestructuur: o.a. wat betreft de afstemming met de plandoelstellingen, het plangebied en de eventueel noodzakelijke natuur- en boscompensatie.
  • Alternatieven. De raad vindt het positief dat er naar aanleiding van de inspraakperiode van de startnota werd beslist om verschillende oplossingsrichtingen voor het scheiden van het doorgaand en lokaal verkeer te onderzoeken. Dit heeft geleid tot een aantal redelijke alternatieven en varianten. De raad kan de gehanteerde vertrechteringsmethodiek en het gehanteerde uitgangspunt inzake de te garanderen netwerken ondersteunen.
  • Impact op milieu en natuur. De raad benadrukt het belang van een volwaardige passende beoordeling en dit met aandacht voor de recente ontwikkelingen inzake de stikstof-problematiek. De passende beoordeling en de verscherpte natuurtoets zullen pas afgerond worden tijdens het milieueffectenonderzoek voor loop 2. De scopingnota 2 verduidelijkt dat dan ook ‘het belangrijke stikstofdebat en de ontwikkelingen daaromtrent zullen worden meegenomen’. Het is aldus nog zeer onduidelijk in welke mate de resultaten van de verscherpte natuurtoets en de passende beoordeling impact zullen hebben op het uiteindelijke voorkeursalternatief. Ook inzake de nodige compenserende en milderende maatregelen geeft de scopingnota 2 amper toelichting.